Een voorbeeld uit de praktijk.

Ik ben Nadia, 31 jaar en al enkele jaren begeleidster in een leefgroep voor mensen met een mentale beperking. Een studie, een job die ik altijd gewild heb. Tot 1 jaar geleden,…

Al snel was duidelijk dat ik wou werken voor en met mensen, zorgen voor en blij maken,… De studies hiervoor waren interessant en verliepen goed en snel na mijn afstuderen, kon ik starten in een voorziening voor volwassenen met een handicap.

Ik startte mijn loopbaan in een groep voor ouderwordende bewoners die veel ondersteuning vroegen qua zelfredzaamheid. Het was een zorggroep, door de bijkomende medische problematieken, en daar was ik in mijn stages niet echt op voorbereid. De ochtendbegeleiding nam vaak zoveel tijd in beslag dat er amper mogelijkheid was voor een gesprekje met bewoners, laat staan een uitstap of zelfs een korte wandeling.

Continu voelde ik bij mezelf, maar ook tussen collega’s onderling een soort spanning qua keuzes en prioriteiten. Er waren collega’s die veel tijd en aandacht staken in de zorg, het baden, douchen, etensbegeleiding,… terwijl anderen precies wat slordiger te werk gingen en meer tijd en aandacht hadden voor het gezellig samen zijn met bewoners. Ik zat continu in twijfel wat nu “echt kwaliteit bieden”, inhield en of ik dat wel goed deed…

Omdat het om een vervangingscontract ging, kon ik na 2 jaar overstappen naar een andere groep. De bewoners uit de leefgroep waar ik nu nog werk, zijn tussen 20 en 50 jaar, met een mentale beperking en vaak bijkomende problematiek (autisme, hechtingsstoornis, ADHD,…). Ze zijn nog redelijk zelfredzaam. Er gaat dus minder tijd naar zorg, maar het is een groep waar tussen de bewoners vaak een continue spanning hangt en waar je als begeleider zeer alert moet zijn om conflicten te vermijden. Een groep ook waar communicatie met bewoners, grenzen stellen en bespreken,… belangrijk is. Bewoners bij wie je moet zoeken wat de betekenis is achter hun soms moeilijk gedrag. Vol enthousiasme begon ik aan deze job, ik voelde direct dat dit beter aansloot bij mijn persoonlijkheid.

Maar het was niet eenvoudig, op een bepaald moment kwam er een nieuwe bewoner bij in de leefgroep met een zeer ernstige agressieproblematiek. Het was voor het ganse team zwaar om uit te zoeken welke noden er achter dit gedrag zaten en na elke nieuwe agressie-aanval werd het moeilijker om hier nog begrip voor op te brengen. Er werden regels en grenzen opgesteld en ik probeerde deze zeer strikt op te volgen, maar toch liep het soms fout. Mijn frustratie steeg als ik merkte dat andere collega’s anders omgingen met die regels en de “goeie begeleider” leken, althans voor die bewoner, terwijl ik net slaag kreeg.

Toen ook de ouders van deze bewoner hun ongenoegen verwoorden na een interventie van mij en een collega sloeg de twijfel weer toe. Was ik wel goed in deze job, reageerde ik wel juist? Hoewel mijn directe leidinggevende niet aangaf dat er klachten waren, bleef ik ook thuis piekeren over elke situatie die zich voordeed in de leefgroep. Ik kon het werk niet meer loslaten. Alles was te veel. Elke telefoon om weerom extra in te springen voor een zieke collega, deed me trillen op mijn benen.

Op een bepaald moment dacht ik: “Ik moet hier weg, ik wil een andere job. Ik kan het niet meer opbrengen om voor anderen te zorgen als ik niet eens toekom aan de nodige zelfzorg!” Ik overwoog om een andere opleiding te gaan volgen, voor een job in een sector die beter betaald werd. Weg van de moeilijke uren, het steeds weer inspringen,…

Gelukkig adviseerde een vriendin me toen om loopbaanbegeleiding te volgen. Dat was een goede zet. Ik leerde hier weer inzien waarom ik voor deze sector gekozen had en wat mijn specifieke talenten en inbreng in het team konden zijn. Ik kwam terug in mijn kracht door te praten over mijn teamleden en hun specifieke manier van werken, en de aanvulling dat ik hierin kon zijn.
Ik leerde terug mijn structuur en prioriteiten vinden in het takenpakket. Maar ook grenzen stellen, naar bewoners, naar collega’s,… Mijn privéleven afgescheiden te houden van de voorziening. Ik heb voor de sector gekozen met mijn hart, maar door het verliezen van mijn grenzen, (doordat ik bijvoorbeeld continu boodschappen meebracht tijdens eigen winkelbezoek) had ik bijna een stap opzij gezet.

Er was bij de loopbaancoach ook plaats en ruimte voor het specifiek bespreken van casussen, en mijn persoonlijke inbreng daarin. Als jonge begeleider, durfde ik dat niet altijd opengooien bij de “anciens”, zij zouden het vast anders of beter aanpakken. We zochten naar manieren om beter te communiceren, ook met het diensthoofd. Te vragen naar evaluatie en soms ook meer ondersteuning. Mens helpen, is geen exacte wetenschap, dat doe en bedenk je niet altijd alleen.

Loopbaanbegeleiding liet me 100% opnieuw kiezen voor mijn job in de zorg!

Deze casus is fictief, samengesteld uit voorbeelden vanuit mijn eigen werkervaring in voorzieningen voor mensen met een mentale beperking, vanuit verhalen van collega’s en talrijke enthousiaste begeleiders, zorgkundigen,… uit deze sector die bij mij in loopbaanbegeleiding kwamen. Elk verhaal is natuurlijk anders, maar ik hoop ermee aan te tonen dat loopbaanbegeleiding ook in de zorgsector zijn meerwaarde kan hebben.

Nathalie Van Noyen

Loopbaancoach en Psycholoog bij “PsycholoogWilsele” en “Facet Loopbaancentrum”

0468269890
www.psycholoogwilsele.be

Delen